gedichten 2017 | gedichten 2016 | gedichten 2015 | gedichten 2014 | gedichten 2013 | gedichten 2012 | gedichten 2010 | gedichten 2009 | gedichten 2008 | gedichten 2007
december 2011

Art for art’s sake

De cello op het huisconcert
bespeelt de tekenen aan de
wand, zoals het klinkende
Mene mene – Less is more

                                             ook
zou kunst bij geestesstoornissen
toeval zijn. Zelf ben je bi-dit en
bi-dat, met sceptische, biceptische

lyriek en meerdere hersenkrakers
die je bi-vak weer doen oprispen.
De Muzen geven toe- en invallen –
en wie ooit zou ze durven gispen?

 

november 2011

Postuum

Je zult, als je dood bent, toch maar
Gewoon doortwitteren als de eerste,
De beste die met zijn tijd meegaat.

Ten slotte is venijn van alle tijden.
En wie daarvoor gevoelig is ook…
Alle klokken luiden (bis).

Soms laat de dood je niet met rust.

 

oktober 2011

zonsondergangen boven zee

de akoestiek en esthetiek van encaustiek:
veel ingewikkelde lagen omtrent het wad
in zachte wollige kleuren en een zweem
van avondrood in een breekbaar broos en
kwetsbaar roze dat je zo zou willen raken.

en mag ik dit nu mooi vinden piekerpeins
ik de kunst af. tuimel ik niet in de valkuil
van de edelkitsch? kan het ermee door
is mijn allemanssmaak hier aannemelijk?
kan ik de kunstenaar wel mee uit vragen

en passant informerend naar de prijs of
krijg ik dan een artistieke klap op mijn

bek?



september 2011

De gravin

U bent wel dood, maar leeft in mijn droom,
Zodat ik uw lieve, oude hoofd kon kussen.
Uw haar weer hulpeloos kort, wit en pluizig:
'O, Jean,' liet u zich jammerend ontvallen
In onze omhelzing.

                                  Ik rook de jaren van uw
Oksels, in de bijna voleinding van de eeuw.
De bedwelming van uw titel was verdwenen
In de stempelkussendroogte der ambtenarij.
Ik zoende uw adel onuitwisbaar tevoorschijn

En kroonde hoogstaande visies en gedachten.
Zo wist u zeker dat ik bijzondere ouders had
En maakte hen nobeler dan ze verdienden.

 

augustus 2011

Als op een zomernacht een reiziger

‘La dolce vita’ was nu gesloten. Maar
Het onweer bleef uit. Gedrieën lebberden

Wij op een hek van onze Peroni’s. Jij was
Asblond, al dertig, naar je zei markiezin.

Onder de indruk nam ik mijn toevlucht
Tot het grafelijk poepgat van mijn invalide

Werkgever. De lome lijnen trekkende vissen
Loensten in de renaissancefontein die zilver

Oplichtte in de plotselinge bliksemflits.
Ik zag haar tattoos in de weer met lijntjes.

Welk soelaas biedt een eenvoudig stickje.
De donder bulderde toen Calvijn in je los:

Een markizaat brengt nog geen geilheid.

 

juli 2011

de eerlijke vinder

in het baarmoederpaadje
naar mijn huis valt mijn oog

op een gebruikt condoom
en een gebruikt wietzakje.

wie zegt dat ik mag klagen?
mijn weg is geplaveid met

geluk –

 

het prijswinnende gedicht in het festival 'Utrecht over Utrecht':

de ruil

een van de eerste keren dat ik in het wild
met poëzie in aanraking kwam was toen een

groezelig vrouwtje op de Oudegracht me vroeg
of ik een gedicht wilde ruilen voor een vrucht.

met kippenvel op mijn rug gaf ik haar mijn bloed-
sinaasappel en nam het voddig opgevouwen

papiertje in ontvangst. bij thuiskomst was het
vreesde ik je reinste overgepende kitsch. alleen

ging het wel over vogels. van die rare zoals wij
hutje mutje schril fluitend wippend op de waslijn

hunkerend om gezien en gehoord te worden.

 

juni 2011

Hedendaags reisadvies                         voor Peter Drehmanns

Neem zee en ruimte waar en wanneer
Ook. Voor je het weet knisperen de

Eeuwen door je handen. Verre landen
Passen in de inktpot van je Waterman.

De tijd schrijft al je concentratie op en
De thuisblijver houdt zijn poot stijf,

Maar dat verhindert niet dat hij zijn
Huize het Gras wordt uitgedragen en

Zachtjes neergelegd bij de eikenbossen
Van Mamre. Eftelingtamme ijsvogels

Lokken scheepsjongens van Bontekoe.

 

mei 2011

Agnolo Doni

Je was dertig toen je werd geportretteerd
Door Rafaël, die drieëntwintig was en je
In zijn atelier dikwijls heeft laten poseren.
Jullie hebben goede gesprekken gevoerd
En vanuit een geestverwantschap groeide
Vertrouwen: Rafaël legde je zachtjes bloot.

Het rood van je mouwen kleurt zijn warmte
Die hij je liet beantwoorden met een diep
Geamuseerde sympathie in ogen waaruit
Kennis en scepsis spreken ten aanzien van
De wereld en zichzelf, het lot – en wat een
Ware eeuwigheidstransactie worden zou.

 
schilderij van Agnolo Doni door Rafaël

april 2011

De baarmoeder van alles

Ik las regels van Alexander Wat –
Alexander Wie? – Ja, Alexander
Die, Dat, Wat. Prachtige poëzie.

Hij heeft zo veel dezelfde kant
Uit gedicht als ik en legio anderen
Voor ons in de loop der eeuwen.

Altijd maak je weer de rekening
Op van altijd weer die zelfde trits:
God – Liefde – Dood. En de Zin

Van het Leven. Steeds weer moeten
Wiel, Stuur, Rad en Roer worden
Herontdekt en vormgegeven...

Dichters, lees de verskunst niet te
Veel: de moed ontzinkt je immers.
Alles is gezegd – beroerder, beter.

Alles? Ach, nee. Alles is een nooit
Uitgebaarde baarmoeder. En daarom
Dienen wij haar eeuwig te bevruchten.

 

maart 2011

De situatie

Het aantrekkelijke van opportunisme
Is de vlag van vrijheid die erop zwaait
En die van principes geen weet heeft.

Het meest vrij zou een onbenul zijn.

Het aantrekkelijke van principieel zijn
Is de vlag van zekerheid die erop zwaait
En die van vrijheid geen benul heeft.

Het meest gebonden zou een wijze zijn.

Dicteert de situatie de uiteindelijke rede,
In een meervoudige hoedanigheid en een
Absoluut aan te merken laatste woord?

Vrij is de alleszins ongebonden onbenul.

 

februari 2011

Intimiteit

Tot mijn zevende deelde ik het bed
Met een bedwaterende oudere broer.
Soms deelden wij ook de douche.
Totdat ik meer dan anders aandacht

Had voor de opkomende beharing op
Zijn geslachtsdeel, dat zich nu en dan
Raadselachtig schokkerig verhief...
Mijn moeder was een praktische vrouw

En heeft ons uit elkaar gehaald. Dat ik
Telkens werd ondergezeken was geen
Enkel probleem voor haar, maar aan
Meer kon en wilde zij niet denken.

 

januari 2011

Van oude mensen, de dingen die...

Dat ik toen, tientallen jaren geleden,
op een zongebundelde zomerzolder
dat familie-epos las, in één ruk,
op een blauwgestikte stromatras.

De jubeling van mijn jonge vrijheid
juichend in een verre grasmachine,
aanzwellende golven tijd gingen
schuil in de dikte van het bandwerk.

Op de vensterbank huisvliegen in de
rugslag, pootjes krommend in één punt.